De reukzin (neus), smaakzin (smaakpapillen van de tong) en de tastzin (o.a. mondholte en tong) zijn nauw met elkaar verbonden. Voor voedselherkenning is behalve reuk-, smaak- en tastzin bovendien het gezichtsvermogen van groot belang. Vanuit deze zintuigen worden voortdurend zenuwprikkels naar de reuk-, smaak-, tast- en visuele centra in de hersenen gestuurd en daar gecombineerd, opgeslagen en herkend.
De smaak bestaat uit vier basissmaken -zoet, zout, zuur en bitter- met ieder eigen smaakpapillen op de tong. Variatie in de smaak wordt bepaald door de verhouding tussen de basissmaken en beïnvloedig door de reuk- en tastzin.

zie ook: smaak-aandoeningen

Terug naar zintuigen