Het natuurlijke afweersysteem (= immuun-systeem) is opgebouwd uit:
- fagocyten: kleine (= micro-faag) of grote (= macro-faag) afweercellen die in alle lichaamsweefsels (maar vooral in de longen en de lever) en lichaamsvreemde stoffen (o.a. allergenen, bacteriën en virussen) in zich opnemen en verteren (Gr. fagein = eten).
- mestcellen: weefselcellen die veel histamine bevatten dat na afgifte uit de mestcel de plaatselijke bloedvaten sterk verwijdt en doorlaatbaar maakt voor water.
- neutrofiele granulocyten: witte bloedcellen (= leucocyten) met dezelfde functie als macrofagen (zie hierboven).
- B-lymfocyten (= B-cellen): witte bloedcellen (= leucocyten) die speciale anti-stoffen (= antilichamen = immunoglobulinen = Ig) produceren die lichaamsvreemde stoffen onschadelijk maken (= humorale immuniteit)
- T-lymfocyten (= T-cellen): witte bloedcellen (= leucocyten) die kunnen onderscheid kunnen maken tussen lichaamseigen en lichaamsvreemd (= cellulaire immuniteit).
- killer-cellen (= K-cellen): witte bloedcellen (= leucocyten) die bepaalde micro-organismen en kankercellen kunnen vernietigen door afgifte van cytokinen.
- interferonen: afweerstoffen die onder invloed van virussen, lichaamsvreemde stoffen (= allergenen) en celdeling-bevorderende stoffen (= mitogenen) vrijkomen in het lichaam en de natuurlijke afweer stimuleren
- complement-factoren (= complement-systeem): keten van speciale eiwitten die direct of indirect betrokken zijn bij de natuurlijke afweer.

De natuurlijke afweer vindt plaats in drie opeenvolgende stappen:
- stap 1: herkenning (= identificatie) van lichaamseigen (genetisch = eigen soortelijk) of lichaamsvreemd (= anti-genetisch)
- stap 2: op gang brengen (= initiëren) van de afweer-reactie tegen de lichaamsvreemde stof
- stap 3: onschadelijk maken van de lichaamsvreemde stof(fen).

Terug naar afweersysteem