Onderzoek naar de aard, ernst en oorzaak van kortademigheid.

Onderzocht worden o.a.:
- longvolume met een spirometer: de hoeveelheid lucht die de longen minimaal (= restvolume) en maximaal (= maximale volume) kunnen bevatten
- luchtstroomsnelheid (= longflow) : de snelheid waarmee lucht kan worden ingeademd (met spirometer) en uitgeademd (met piekstroommeter)
- spierkracht met een longdrukmeter: de kracht die de ademhalingsspieren kunnen leveren
- diffusie-capaciteit: de snelheid waarmee kooldioxide door de longwand diffundeert (= passeert); hieruit kan de diffusie-snelheid van zuurstof worden afgeleid. O.a. bij long-fibrose en long-emfyseem is de diffusiesnelheid van kooldioxide en zuurstof meestal sterk verminderd.
- slaap-ademhaling: onderzoek naar nachtelijk kortademigheid (o.a. Cheyne-Stokes-ademhaling)
- bloedgas-analyse: bepaling van het zuurstof- en kooldioxide-gehalte van het slagaderlijke (= arteriële) bloed.

Door combinatie van de verkregen longfunctie-waarden kunnen aard, ernst en oorzaak van de kortademigheid worden bepaald.

zie ook: kortademigheid

Terug naar long-aandoeningen