Verminderde afbraak en/of opname van suikers, zoals lactose (vooral in zuivelproducten), maltose en sucrose, in de dunne darm. Hierdoor blijft de suiker achter in de darm en wordt uitgescheiden. Meestal gaat het om lactose-intolerantie. Hiervan heeft ca. 20% van de Noord-Europese, 75% van de Noord-Amerikaanse en 90% van de Middellandse-Zee en Aziatische bevolking last.

Mogelijke verschijnselen (o.a.)
Diarree, gasvorming (= flatulentie), borrelende (= borborygmus) en opgezette buik, misselijkheid, sterke aandrang tot ontlasting, verminderden opname van essentiële voedingsstoffen (o.a. calcium).

Mogelijke oorzaken (o.a.)
Tekort aan of afwezigheid van de suiker-splitsende enzymen lactase, maltase en/of sucrase.

Mogelijke behandelingen (o.a.)
- lactose- (geen zuivelproducten), maltase of sucrase-vrij dieet
- calcium-zouten
- voor gebruik lactase aan melk toevoegen (hierdoor wordt het daarin aanwezige lactose afgebroken)

zie ook: lactose-intolerantie

Terug naar voedselopname-stoornissen