Er zijn ca. 200 ziekte-verwekkende (= pathogene) virussen bekend, die zeer uiteenlopende ziekten kunnen veroorzaken (o.a. verkoudheid, griep, hersenvlies-onsteking, mazelen, pokken, koortslip, gordelroos, gele koorts, leverontsteking, AIDS, etc.).
Virussen zijn zeer kleine, niet met het blote oog waarneembare micro-organismen, die DNA (o.a. herpes- en pokvirus) óf RNA (o.a. griep-, verkoudheids-, mazelen- hepatitis-, wrat-, HIV- en kanker- of oncovirussen, arbo-virussen, rode hondvirus, cytomegalo-virussen, etc.) bevatten.
Virussen vermenigvuldigen zich (= replicatie) in cellen van andere organismen (= gastheer), waarna ze zich over andere cellen verspreiden en zich verder vermenigvuldigen.
Na besmetting met een virus ontwikkelt het lichaam zelf meestal afdoende weerstand (= immuniteit) om de indringer onschadelijk te maken (bijv. natuurlijke weerstand tegen verkoudheid en griep). Dit is echter niet altijd het geval (o.a. bij HIV/AIDS).

Mogelijke verschijnselen (o.a.)
De verschijnselen bij virus-infecties zijn sterk afhankelijk van de aard, de plaats en de duur van de infectie, van de conditie van het afweersysteem (= immuunsysteem) en van de algemene geestelijke en lichamelijke conditie.

zie ook:
- behandeling (= antivirale therapie)
- besmetting
- vormen
- prion-ziekten

Terug naar infectie-ziekten