Met of zonder recept

Dit medicijn is uitsluitend op recept verkrijgbaar (= UR-geneesmiddel).

Registratienummer (RVG-nummer)

RVG 10098-9
RVG 15854
RVG 27131-4

Werkzame stof

Flecaïnide

Geneesmiddelgroep

Hartritme-normaliserende middelen (= anti-aritmica)

Samenstelling

Capsules, met gereguleerde afgifte ('CR'): 50 mg, 100 mg, 150 mg of 200 mg flecaïnide-acetaat per capsule

Injectievloeistof, ampul 15 ml: 10 mg flecaïnide-acetaat per ml

Tabletten: 50 mg of 100 mg flecaïnide acetaat per tablet

Fabrikant/Leverancier

3M Pharma Nederland BV

Wanneer gebruiken? Toepassingen (= indicaties) o.a.

Hartritmestoornissen (= hart-aritmieën), bepaalde vormen

Algemeen

Lees ook de patiëntenbijsluiter voor informatie over de toepassing van dit medicijn.

Algemeen

Lees ook de bijsluiter voor informatie over de toepassing van dit medicijn.

Wanneer niet gebruiken?

AV-block, 2e- of 3e-graads, indien geen pacemaker is ingebracht

Hartfalen, ernstig of manifest (= aanwezig met duidelijke verschijnselen)

Hartinfarct (= myocardinfarct), indien eerder doorgemaakt (tenzij arts behandeling met dit middel noodzakelijk vindt)

Hartprikkel-geleidingsstoornis, bepaalde vormen (tenzij een pacemaker is ingebracht)

Hartritmestoornissen, bepaalde

Kinderen, jonger dan 12 jaar

Overgevoeligheid of allergie voor dit medicijn of voor een of meer van de bestanddelen

Pacemaker (= gangmaker), indien niet programmeerbaar

Zwangerschap en borstvoeding

Er zijn onvoldoende gegevens bekend om een eventuele schadelijkheid van dit middel tijdens de zwangerschap goed te kunnen beoordelen.

Dit middel bij niet gebruiken tijdens de zwangerschap (tenzij de arts anders voorschrijft).

Borstvoeding

De werkzame stof komt in de moedermelk terecht.

Tijdens gebruik van dit middel geen borstvoeding geven (tenzij de arts anders voorschrijft).

Algemeen

Sommige medicijnen kunnen een schadelijke invloed hebben op het verloop van de zwangerschap of op de ongeboren vrucht. Van veel medicijnen is dat echter nog niet precies bekend.

Heel wat wat medicijnen komen in de moedermelk terecht en bereiken zo de zuigeling.
Gebruik daarom tijdens zwangerschap of borstvoeding alleen medicijnen op doktersrecept.

Vertel ook een vervangende arts of een medisch specialist wanneer u van plan bent zwanger te worden, al zwanger bent of borstvoeding geeft. Hiermee kunt u voorkómen dat u medicijnen krijgt voorgeschreven, die niet mogen worden gebruikt tijdens zwangerschap of borstvoeding.

Raadpleeg eerst uw arts wanneer u van plan bent tijdens de zwangerschap of borstvoeding oude medicijnen, zelfzorg-medicijnen of alternatieve middelen te gebruiken.

Lees ook de patiëntenbijsluiter voor informatie over het gebruik van dit medicijn tijdens zwangerschap of borstvoeding.

Verkeer, werk en sport

Dit medicijn kan als mogelijke bijwerkingen o.a. duizeligheid en gezichtsstoornissen veroorzaken en zo een negatieve invloed op het reactie- en concentratievermogen hebben.
Hiervan kunnen allerlei dagelijkse activiteiten, zoals bezigheden in en rond het huis, deelname aan het verkeer en het bedienen of besturen van machines, ernstige hinder ondervinden.

Hoe werkt het?

Dit medicijn is een klasse 1c-anti-aritmicum. Het verhoogt de prikkeldrempel van het hart, vertraagt de prikkelgeleiding en verlengt de periode dat het hart in het geheel niet prikkelbaar is (= refractaire periode).

Algemeen

Lees ook de patiëntenbijsluiter voor informatie over de werking van dit middel.

Bijwerkingen

Bevingen (= tremor)

Bloedbeeldveranderingen (bloeddyscrasieën)

Bloeddrukdaling (= hypotensie), bij hoge doseringen

Bloedwaarden, veranderingen (stijging leverenzymwaarden)

Braken

Duizeligheid

Geelzucht

Gevoelswaarneming, verstoord (paresthesieën)

Gezicht en hals, roodkleuring (= flush)

Gezichtsstoornissen (= visusstoornissen)

Hartzwakte, bij hoge doseringen

Hoofdpijn

Misselijkheid

Algemeen

Meestal is er maar een kleine kans op bijwerkingen. Er zijn echter ook geneesmiddelen met een betrekkelijk grote kans op bijwerkingen. De belangrijkste bijwerkingen staan vermeld in de bijsluiter .

De kans op bijwerkingen wordt gewoonlijk groter bij hogere doseringen .

Wanneer tijdens het gebruik van dit medicijn effecten optreden die u niet kent, verwacht of vreemd vindt, kan dat wijzen op: (1) een bijwerking , (2) wisselwerking van dit medicijn met een ander medicijn, voedsel of drank of op (3) overgevoeligheid of een allergische reactie op dit medicijn.

Het is in principe altijd mogelijk dat u overgevoelig of allergisch bent (of wordt) voor een bepaald medicijn. Als u weet dat u overgevoelig of allergisch bent voor een bepaald medicijn, moet u dat medicijn niet gebruiken. Vergeet echter niet uw arts te vertellen voor welk(e) middel(en) u overgevoelig bent. Zo voorkomt u dat u dat medicijn nogmaals voorgeschreven krijgt.

Breng behalve uw huisarts ook een vervangende arts of medisch specialist op de hoogte van overgevoeligheid of allergie voor bepaalde medicijnen.

Als een medicijn al wat langer op de markt is, worden er niet zelden nieuwe bijwerkingen ontdekt. Hierdoor neemt het aantal 'bekende' bijwerkingen van een medicijn soms met de jaren toe. Een al wat ouder medicijn met veel bijwerkingen is daarom niet per se onveiliger dan een nieuw medicijn waarvan nog maar weinig bijwerkingen bekend zijn.

Lees de patiëntenbijsluiter voor meer informatie over de mogelijke bijwerkingen van dit medicijn.

Wisselwerkingen

Amiodaron (= Cordarone®)

Anti-aritmica, bepaalde (membraanstabiliserende)

Bèta-blokkers

Digoxine (= Lanoxin®)

Hoe te gebruiken?

Zie etiket en de gebruiksaanwijzing in de bijsluiter van de verpakking.

De dosering wordt door de arts ingesteld. Voor een goede werking van dit medicijn is het zeer belangrijk dat u zich nauwkeurig aan die dosering houdt.

De injecties worden bereid en toegediend door een arts of verpleegkundige.

Hoe te bewaren?

Tabletten: in de verpakking bij kamertemperatuur.

Injectievloeistof: zie bijsluiter in de verpakking.

Medicatietrouw

In de praktijk wordt maar liefst 50% van alle medicijnen niet, onvoldoende of verkeerd gebruikt! Het gebruik van medicijnen heeft echter alleen zin wanneer ze correct worden gebruikt. Dat wil zeggen nauwkeurig volgens het voorschrift van de arts.

Wanneer u geen of te weinig medicijn gebruikt (= onderdosering), loopt u een groter risico (op nieuw) ziek te worden. Ook kunnen bestaande klachten langer duren dan nodig is of verergeren. Gebruik daarom niet minder medicijn dan is voorgeschreven.

Wanneer u te veel medicijn gebruikt (= overdosering), kan dat leiden tot ongewenste bijwerkingen en zelfs tot ziekenhuisopname. Gebruik daarom niet meer medicijn dan is voorgeschreven.

Vraag uw arts of apotheker om uitleg als u niet precies (meer) weet hoe u uw medicijnen moet gebruiken of wanneer u dat bent vergeten.

Zelf combineren van medicijnen

Combineer recept-medicijnen niet op eigen initiatief met oude medicijnen, die u heeft bewaard, of met zelfzorg-medicijnen. Dit kan namelijk leiden tot ongewenste wisselwerkingen (= interacties).

Vraag eerst advies aan uw arts of apotheker als u naast de medicijnen van de dokter nog andere medicijnen wilt gebruiken.

Vertrouwen in de medicijnen

Voor een goed resultaat is het van groot belang dat u vertrouwen in uw medicijnen heeft. Wanneer u denkt dat u het verkeerde medicijn heeft gekregen, bang bent voor bijwerkingen of denkt dat de medicijnen die u heeft gekregen niet helpen, kan dat uw vertrouwen in de medicijnen ernstig ondermijnen. In de praktijk is gebleken dat het gebruik van medicijnen dan vaak slechter is (= medicatie-ontrouw).

Bespreek eventuele problemen met medicijnen altijd met uw arts of apotheker. Deze kunnen dan uw ongerustheid weg nemen of bekijken of u misschien andere dosering of andere medicijnen nodig heeft.

Medicatiebegeleiding

Gebruik dit middel nauwkeurig volgens het voorschrift van uw arts.

Wijk niet af van het voorschrift als de werking u tegenvalt of als u geen klachten (meer) heeft. Ook dan moet u de medicijnen tot de volgende controle volgens voorschrift blijven gebruiken. Overleg altijd eerst met uw arts wanneer u van het voorschrift wil afwijken.

Bespreek uw ervaringen en eventuele problemen met uw medicijn(en) tijdens de controle met uw arts. Vertel uw arts ook of u w?l of niet tevreden bent met het voorgeschreven medicijn. Die kan dan bekijken of de dosis moet worden aangepast of dat u een ander medicijn nodig heeft.

Als u niet (meer) weet hoe u dit middel moet gebruiken of problemen met het gebruik heeft, kunt u die ook met uw apotheker bespreken.

Vergoeding of zelf betalen?

Dit medicijn is alleen op doktersrecept verkrijgbaar en wordt daarom vergoed volgens de daarvoor geldende regels van de overheid en uw zorgverzekeraar .

Er zijn ook medicijnen die alleen op recept kunnen worden verkregen (= UR-geneesmiddelen), maar slechts ten dele of niet worden vergoed door de zorgverzekeraar.

Vraag uw arts, apotheker of zorgverzekeraar zo nodig om nadere informatie over de vergoeding van uw medicijnen.

Meer informatie

Lees de bijsluiter zorgvuldig

Bijzonderheden

Geen

Overdosering

Wij beschikken momenteel niet over informatie aangaande de mogelijke verschijnselen na overdosering met dit medicijn.
In principe is na overdosering ook de kans op bijwerkingen groter (zie aldaar).